Thuisbehandeling van verslaving

Bel 0294 450 186 (bereikbaar ma-vr van 9:00 tot 19:00 uur)

Help me van de drank

Volkskrant, 3 januari 2009

´Wie, zoals ik deed, een fles absint en meer dan 20 bier per dag gebruikt, die drinkt niet, maar leeft van alcohol.´ Dat schrijft Hafid Bouazza (38), auteur van veelgeprezen boeken als De voeten van Abdullah en Paravion. Op een dag moest hij kiezen: ten onder gaan of afkicken. Zijn verslag.

tekst - Hafid Bouazza, illustratie Tzenko Stoyanov


Plotseling ontwaakte ik thuis op de bank, tegenover mij zaten een politieagent en een ziekenbroeder. De details van de onsmakelijke toestand waarin ik mij bevond zal ik de lezer besparen. Wat ik wel amusant vond was dat de politieagent zich keurig voorstelde, zelfs in mijn schemerende, delirische toestand, waarin ik lachte, huilde en ijlde tegelijk, vond ik het amusant. Iemand aan wier zorg ik was toevertrouwd had de alarmlijn gebeld.

In elk geval weet ik wel dat de gebeurtenis voor mijn vriendin, die binnenkwam geschrokken door de open deur van mijn huis en de ambulance ervoor, en razend op mij (schrik en woede volgen elkaar meestal op) iets afgrijselijks, ja, iets infernaals moet zijn geweest. En voor mij bleek anderhalve fles absint te veel. De volgende dag vond ik een kaartje op mijn deurmat. Wat bleek? Een van de personen die mij met de auto naar huis hadden vervoerd, bleek in de verslavingszorg te werken. Zij schreef mij dat ik in de auto maar één zin was blijven herhalen: ´Ik heb hulp nodig, ik heb hulp nodig.´ Ik weet wel dat ik op de bank één zin bleef herhalen: ´Het spijt mij, het spijt mij.´

Dit is iets langer dan een jaar geleden gebeurd. Het spijt mij voor de mensen die dit hebben moeten aanschouwen en die ik dankbaar ben voor wat zij toen hebben gedaan. En hulp heb ik ook gevonden.

"Een individuele benadering is de enige manier die voor mij werkt. Ik ben psychisch nu eenmaal zo ingesteld dat ik graag individueel benaderd wil worden (zo benader ik andere mensen ook), dat ik mij niet een onderdeel van een groep wil voelen."

Vier jaar geleden las ik in de Volkskrant een artikel over een nieuwe behandelmethode voor verslaving. Deze methode, zo kon ik mij herinneren, hield in dat de arts de patiënt (laten we niet politiek correct doen over de terminologie; cliënt of patiënt, het maakt niks uit) thuis behandelde en dat de methode individueel gericht was. En ik herinner mij ook dat ik toentertijd dacht, of u het gelooft of niet, dat als ik ooit hulp nodig zou hebben (haha) ik die instantie zou benaderen. Ook herinnerde ik mij een interview met de oprichter, Pieter Bodewits, in Algemeen Dagblad. En niet alleen wat hij zei bleef hangen; hij heeft ook een kop die je niet gauw vergeet. Ik mag dit zeggen omdat ik intussen al zeker een jaar bij hem in behandeling ben en hem enigszins heb leren kennen. Laat ik duidelijker zijn: ik heb zijn persoonlijke opvattingen leren kennen, niet alleen de opvattingen die ten grondslag liggen aan zijn kliniek, maar ook zijn medische en filosofische kijk op roes en verslaving.

Een thuisbehandeling van verslaving, dat was werkelijk iets nieuws voor mij en mij op het getergde lijf geschreven. Een individuele benadering is de enige manier die voor mij werkt. Er zullen ongetwijfeld mensen zijn voor wie groepsbehandeling effectiever is en die in herkenning een erkenning vinden en troost voor het feit dat zij niet de enigen zijn en zich dus niet ´abnormaal´ hoeven te voelen. Maar ik ben psychisch nu eenmaal zo ingesteld dat ik graag individueel benaderd wil worden (zo benader ik andere mensen ook), dat ik mij niet een onderdeel van een groep wil voelen. Daarbij was ik niet op zoek naar herkenning � ik was op zoek naar genezing. Noem het ijdelheid, egocentrisme, of arrogantie, maar noem het bovenal ´abnormaliteit´. Als kind al had ik een afschuw van groepsport en schoolreisjes en, gruwel der gruwelen, schoolkamp.

Na mijn val, wist mijn vriendin de kliniek op te sporen (´Iets met home erin´, had ik onthouden) en al snel werd er contact gelegd met de bewuste instantie, namelijk The Home Clinic (thc) in Weesp. Opvallend is hoe charmant vriendelijk men daar is, en ik bedoel hiermee niet verpleegstersvriendelijk, maar waarachtige vriendelijkheid. Met al die verslaafden zou een mens toch al snel cynisch en hoorndol worden, zo dacht ik, maar niks daarvan. Dit blijft mij verbazen, maar dat zegt misschien iets over mijn cynisme.

Naar boven

"De regelmatigheid waarmee ik deze handelingen moest verrichten, gaf mij een houvast, een manier om de dag door te komen. Ik leefde van meting naar meting en niet langer was de dag een afgrond die slechts door alcohol gevuld diende te worden."

Er werd een afspraak gemaakt voor een intakegesprek en een medisch onderzoek. Niet veel later kreeg ik een rapport hiervan, plus advies voor het type behandeling. Nog geen week later kwam Pieter Bodewits bij mij thuis en hij legde me uit hoe de behandeling in z´n werk gaat. Mijn vriendin was erbij. Dat is een van de overtuigingen van The Home Clinic: dat dierbaren en familieleden erbij betrokken worden. ´Home´ duidt er niet alleen erop dat de patiënt thuis geholpen wordt, maar ook dat er naar de thuissituatie wordt gekeken, ook al woon je alleen. Dierbaren en familieleden worden zonodig ook begeleid, maar alleen als de patiënt wil, en dat is, is mijn ervaring, de essentie van de behandeling. (Als een patiënt familiebetrokkenheid weigert, dan zegt dat natuurlijk ook meteen iets over de ´thuissituatie´.)

Al direct had ik gezegd niet voor de rest van mijn leven te willen stoppen, maar wel controle te krijgen over de alcohol. Maar volgens de arts moest ik hoe dan ook eerst stoppen en dan zouden we verder kijken hoe het zou gaan. Dit is niet zo vrijblijvend als het klinkt. Geen sprake van. Het contract dat je ondertekent voor de eerste fase van de behandeling, beslaat enige pagina´s en één pagina stelt dat wanneer de patiënt tijdens de behandeling teruggrijpt naar fles of middel, de behandeling onmiddellijk wordt afgebroken en geen teruggave van het vooraf betaalde bedrag mogelijk is (note: sinds 2012 wordt The Home Clinic deels dan wel volledig vergoed door de verzekering).

In mijn geval betekende dat: dagelijks een alcoholtest laten afnemen, blazen geblazen, om het zo te zeggen. Wanneer noch Bodewits, noch een van zijn psychologen aanwezig was, moest iemand anders de test afnemen, één van mijn buddy´s. Bij misbruik, diende de kliniek direct ingelicht te worden. Het kan een druk leggen op een liefdes- of familieverhouding, maar je wilt geholpen worden of niet, je bent patiënt of niet. En de betrokkenheid van dierbaren en familie, het besef dat er mensen zijn die echt om mij geven, maakte mij nederig en beschaamd dankbaar. Zo was het mijn zus die betaalde voor het eerste traject van mijn behandeling.

De regelmatigheid waarmee ik deze handelingen moest verrichten, gaf mij een houvast, een manier om de dag door te komen. Ik leefde van meting naar meting en niet langer was de dag een afgrond die slechts door alcohol gevuld diende te worden. Al snel ik begon te schrijven als een bezetene, in een voortdurend orgasme van energie (Bodewits had mij dit voorspeld). Dit was tijdens het eerste traject; een vervolgtraject weigerde ik, om verschillende redenen, maar vooral omdat ik dacht het zelf wel verder te kunnen.

Naar boven

"Wat is het verschil met nu, behalve dat dit voorbij gaat en je je met alcohol altijd zo zult blijven voelen?"

Aan de hand van regelmatige bloeddruk- en hartslagmetingen en aan de hand van de antwoorden op tien vragen wordt via de waarden die dit oplevert nauwkeurig bijgehouden hoe de ontwenning verloopt en of er een kans bestaat op een delirium tremens. Om dit laatste te voorkomen en om de ontwenningsverschijnselen tegen te gaan, kreeg ik het kalmeringsmiddel Diazepam toegediend; de hoeveelheid hing af van de waarden. De Diazepam wordt niet langer dan vier weken voorgeschreven; de laatste week is er om gelijkmatig af te bouwen. Zo ging ik in het begin van 40 milligram naar niets in drie weken. Het is geen pretje, zo´n hoge dosering, ik voelde mij soms als een zombie, maar het is onderdeel van het genezingsproces. En ik kon Bodewits elk moment van de dag bellen, ook in het weekend.

Zo verliep bijvoorbeeld op een zaterdag een gesprek om tien uur ´s avonds:

BOUAZZA: ´Pieter, ik heb het gevoel dat ik gevangen zit. Ik kan niet vooruit, niet achteruit. Ik voel me gevangen in mijn eigen lichaam. Die rot-Diazepam.´
DR BODEWITS: ´Ik weet het, Hafid, maar geloof me, dit gaat voorbij.´
BOUAZZA: ´En mijn libido is ook naar het nulpunt gedaald. Ik voel helemaal niks!´
DR. BODEWITS: ´Wat wil je dan?´
BOUAZZA: ´Ik wil ermee stoppen. Ik wil weer gaan drinken.´
DR. BODEWITS: ´Hoe voelde je je dan met de drank voordat je naar mij kwam?´
BOUAZZA: ´Ik voelde niks. Ik was beschermd; ik lag in mijzelf begraven. ´
DR. BODEWITS: ´Wat is het verschil met nu, behalve dat dit voorbij gaat en je je met alcohol altijd zo zult blijven voelen?´

Touché!

Bij het eerste bezoek van Bodewits aan mij kreeg ik een vitamine B1-shot en, zoals hij voorspelde, voelde ik mij na een half uur opperbest, alsof ik al afgekickt was. Het was een gevoel van elatie, de zekerheid dat ik iets had overwonnen (let wel: dit was pas de eerste nuchtere dag), en laat nu net op dat moment mijn uitgever bellen. Hoe ik mij voelde, vroeg hij en ik antwoordde dat ik mij na die shot geweldig voelde.
Hij: ´Ben je al aan het schrijven?´
Toen mijn vriendin dit hoorde, zei ze: ´Wat een slavendrijver!´

Over slaven gesproken, nu kom ik op wat ik, naast de praktische en analytische hulp die ik van Bodewits krijg, het meeste waardeer in de behandeling: de gesprekken over aard en karakter van roes en verslaving. Anders dan de arts en schrijver Dalrymple, die verslaving een gebrek aan wilskracht noemt, beschouwt Bodewits verslaving wel als een ziekte, een complexe ziekte met biologische, genetische, neurologische en karakterologische kenmerken. Wat het neurologisch aspect betreft, dat mij fascineert: het laatste inzicht is dat de nucleus accumbens, een zeer klein gebied in de hersenen dat ook een rol speelt bij liefdesgevoelens, een cruciale rol zou spelen bij verslaving. Na vele decennia onderzoek blijft verslaving als ziekte de wetenschappers ontglippen. Dat is, ja, ik moet zeggen, bewonderenswaardig, hoe morbide dit ook moge klinken. Het maakt de ziekte menselijk, als u begrijpt wat ik bedoel.

Naar boven

"Een verslaafde is een slaaf die denkt dat de meester weg is."

Metaforisch gesproken is verslaving voor Bodewits een vorm van slavernij, of, zoals hij het mooi verwoordde: ´Een verslaafde is een slaaf die denkt dat de meester weg is.´ En niemand kiest er, in zijn visie, voor om een slaaf te zijn, dat wil zeggen, in onvrijheid te leven. ´Verslaafden zijn als mensen die in de woestijn een zelfde mirage achternalopen,´ zei hij mij. Betekent dit dat elke verslaving in essentie hetzelfde is? Nee, alleen het mechanisme is hetzelfde. Bodewits vergelijkt het met infectieziektes die verschillende verwekkers kunnen hebben, maar wel dezelfde symptomen vertonen. Daarbij is de ene verslaafde de andere niet, vandaar de individuele behandeling: persoonlijkheid speelt ook een rol.

Eenmaal een alcoholist, altijd een alcoholist? ´Nee,´ zegt Bodewits; hij heeft zulke verschillende zaken en patiënten meegemaakt dat hij dat die uitspraak niet kan onderstrepen.

Anders dan ik, is hij een tegenstander van legalisering van soft drugs, omdat dit een opening zou zijn naar andere wegen tot slavernij. Ik vind dit een moralistisch standpunt; je kunt het middel verbieden, maar niet de behoefte van de mens aan de roes. En verbod of niet: deze behoefte blijkt zelf biologisch bepaald te zijn. Men kiest voor de roes. ´Maar niemand kiest voor verslaving,´ antwoordde Bodewits.

Had Malcolm Lowry niet op zijn 16de besloten een alcoholist te worden? Nee, hij zat al in de ketens voordat hij dat besefte.

Je zou toch verwachten dat Bodewits de opening van vrije wegen tot slavernij zou steunen, anders zou zijn kliniek slechts stilte kennen, en niet weergalmen van voetstappen en wanhoopskreten. Maar nee, hij heeft zijn kliniek opgezet uit overtuiging, niet uit idealisme, denk ik, of het moet een soort praktisch idealisme zijn. Vóór 2004, het jaar dat hij The Home Clinic oprichtte, werkte hij, afgestudeerd in de geneeskunde, bij een verslavingsinstituut, en was ontevreden over de behandelmethode daar. Hij vond echter geen luisterend oor voor zijn ideeën over het belang van de thuissituatie en individualiteit van de verslaafden. Toen is hij in zijn eentje verder gegaan. Waarom? ´Omdat iedereen het recht heeft om vrij te zijn.´ Zulke toewijding doet iets diepers vermoeden en ik kan slechts naar die diepte gissen. Maar dat is mijn taak niet, ik ben al te blij dat er iemand is die mij wil helpen en uiteindelijk heb ik hem zelf ingeschakeld. Ik heb geen reden om te morren. En dat hij gelijk had in zijn overtuiging, kan ik enkel beamen.

Naar boven

Bodewits en ik zijn nog niet uitgepraat en ik ben niet uitbehandeld. Ik heb twee terugvallen gehad, de eerste was de ´klassieke´ terugval na drie maanden ontzegging en na het eerste behandeltraject; en de tweede om redenen die niemand hier aangaan. Wanneer ik hem daarna belde om weer in behandeling te gaan, stond hij voor mijn deur. Hij drukte mij op het hart dat een nieuwe behandeling, niet een nieuw begin betekent, maar een voortzetting van de onderbroken behandeling. Sinds april ben ik weer onder zijn hoede.

Er is een lange weg te gaan, hij helpt mij nu de alcohol onder controle te houden. Wie, zoals ik deed, een fles absint en meer dan twintig bier per dag gebruikt of anders een fles whisky en een fles wijn plus twaalf bier, die drinkt niet, maar leeft van alcohol. En met de hulp van Bodewits gebruik ik nu niet meer dan zeven glazen bier per dag en dat niet dagelijks. Dit is winst, om maar te zwijgen van de persoonlijke vooruitgang.

In zijn Intieme Dagboeken schreef Baudelaire:´Zowel moreel als fysiek heb ik altijd een sensatie van een afgrond gevoeld, niet enkel de afgrond van de slaap, maar de afgrond van daadkracht, van de droom, van de herinnering, van het verlangen, van het berouw, van de wroeging, van de schoonheid etc. Ik heb mijn hysterie met vreugde en angst gecultiveerd. En vandaag heb ik een merkwaardige waarschuwing ontvangen, ik heb de wind van de vleugel van de waanzin over mij heen voelen gaan.´

´De wind van de vleugel van de waanzin´ is voor mij niet een uittreding van wat men ´de werkelijkheid´ noemt, maar juist het besef van wat men het ´alledaagse leven´ noemt. Ik laat het aan de lezer over om hierop te broeden. Ik heb een instantie gevonden en een arts die dit begrijpen. En die soms zelfs de waarschuwing te snel af zijn.